Zutphen

Zutphen

TIP Zutphen
Houtmarkt 75-77
7201 KL Zutphen
(0575) 844 538
info@tipzutphen.nl
www.tipzutphen.nl

Bruisende Hanzestad aan de IJssel! Wie de stad Zutphen vanuit het westen nadert, raakt direct onder de indruk van het witte IJsselfront. Vele torens van kerken, kloosters en stadspoorten steken hoog boven de witte huizen aan de IJsselkade uit. Zutphen wordt niet voor niets Torenstad genoemd. Tussen die torens bevinden zich prachtige koopmanshuizen, waarin zich veel speciaalzaken hebben gevestigd. Wie de kronkelige straatjes in het centrum afstruint, wordt verrast door het grote aantal hofjes: oases van rust in een bedrijvige stad. De Hanzestad Zutphen kent ook bijzondere musea waar niet alleen de historie van stad en streek wordt tentoongesteld, maar ook moderne kunst of het grafisch ambacht.

De VVV Zutphen beschikt over een scala aan bijzondere dagarrangementen. Of je nu met een groep vrienden, familie of bedrijf op een unieke manier kennis wilt maken met de stad Zutphen.

Geschiedenis
Zutphen ontstond in de Romeinse tijd als Germaanse nederzetting op een rivierduinencomplex. De plaats is al meer dan 1700 jaar continu bewoond en is een van de oudste steden van Nederland. De naam Zutphen is ontstaan uit Zuid-venne, een rivierduinencomplex tussen drassige weidegrond. De nederzetting bleef in de vroege Middeleeuwen op het huidige 's-Gravenhof bestaan, dit in tegenstelling tot veel andere woonplaatsen in de Volksverhuizingentijd. Na de incorporatie van de IJsselstreek bij het Frankische rijk rond 800 werd Zutphen een grafelijk bestuurlijk centrum.

In de late 9e eeuw werd Zutphen verwoest bij vikingaanvallen, waarna aan het einde van die eeuw een ronde ringwal werd opgericht met drie grachten eromheen: een 20 meter brede U-vormige gracht, een spitse smalle gracht erbuiten en op 11 meter hierbuiten een derde V-vormige gracht, deze laatste 5 meter breed en 2 meter diep. De loop van de markten Groenmarkt, Houtmarkt en Zaadmarkt zijn nog een deel van die voormalige ringwal en gracht. In het midden van de 11e eeuw werd Zutphen enige tijd een vorstelijke residentie en werd er een palts gebouwd met een grote kapittelkerk, de huidige Sint Walburgiskerk. Sinds 1046 was de bisschop van Utrecht landsheer van het Zutphense graafschap en de burg. In de loop van de late 11e eeuw en de vroege 12e eeuw wisten de graven van Zutphen steeds meer macht naar zich toe te trekken. Onder de Gelderse graven werd de grafelijke stad (sinds 1138 via huwelijk in Gelderse handen gekomen) snel groter en economisch belangrijker.

Graaf Hendrik I van Gelre en Zutphen (1138-1181) liet een nieuwe nederzetting van handelaren en ambachtslui buiten de ringwalburg van een eigen omwalling voorzien. De wal bevatte twee tufstenen poorten en zeven of acht torens van hetzelfde uit Duitsland aangevoerde steensoort. Dat gaf de stad de allure van de bisschoppelijke steden Deventer en Utrecht. In dit stadsgebied vestigde de graaf een eigen hof dat in 1293 geschonken werd aan de Dominicanen.

Deze locatie lag goed op de kaart bij de kooplieden, en Zutphen groeide snel en werd een van de Hanzesteden. Tussen 1191 en 1196 kreeg Zutphen stadsrechten toegewezen door graaf Otto van Gelre (1181-1207). Veel Gelderse steden (waaronder Arnhem, Doesburg, Doetinchem, Harderwijk, Lochem en Hattem, maar niet Nijmegen, Zevenaar en Huissen) ontleenden hun later verleende stadsrechten aan die van Zutphen. De stad werd ommuurd in de 13e eeuw en uitgebreid met de in de 13e eeuw door de graaf gestichte Nieuwstad. In 1284 vond in Zutphen een grote stadsbrand plaats. Zutphens gouden eeuw was de 14e eeuw. Zutphen werd de hoofdstad van de Graafschap Zutphen. De stad nam onder meer deel aan de Oostzeehandel.

Tijdens de pestepidemie in 1349 werden alle joodse inwoners van Zutphen,[1] alsmede van de andere steden aan de IJssel vermoord. Men geloofde dat de joden achter de epidemie zaten; zij zouden het water hebben vergiftigd. De werkelijke oorzaak dat er onder de joden minder slachtoffers vielen was dat zij strikte, door hun geloof voorgeschreven hygiënische regels hanteerden, waaronder het regelmatig wassen van de handen.

Zutphen heeft gedurende enkele honderden jaren het stedelijke muntrecht gehad, maar actief gemunt is er slechts in vier muntperioden: 1478-1480, 1582-1583, 1604-1605 en 1687-1692. In eerdere perioden is ook door de Zutphense graven te Zutphen gemunt (Otto I de Rijke, ca. 1070-1090 en Hendrik I, circa 1150-1181, en Otto I (1181-1207), en later door de hertogen van Gelre (1499) en de provincie 1582-1583)).

De 16e eeuw bracht moeilijke tijden voor Zutphen door de opkomst van andere steden en de Tachtigjarige Oorlog met de Spanjaarden. Na de roerige Gelderse Oorlogen in de eerste decennia van de 16e eeuw werden de vestingwerken van Zutphen gemoderniseerd, maar dat mocht niet baten. Op 10 juni 1572 werd de stad ingenomen door een zwager van Willem van Oranje, graaf Willem van den Berg. Hij verdreef de Spanjaarden, die echter op 17 november 1572 de stad onder Don Frederik, de zoon van de hertog van Alva, terugveroverden en honderden inwoners executeerden, het 'Bloedbad van Zutphen'.

Er volgden jaren van wisselende bezetting en belegeringen. Het grootste deel van de bevolking trok weg of werd vermoord. In 1591 werd de stad heroverd door Maurits van Nassau, tijdens het Beleg van Zutphen. Daarmee begon een lange periode van Zutphen als vestingstad en garnizoensstad. In 1672 (Rampjaar) werd Zutphen veroverd door het Franse leger. De Walburgiskerk werd opnieuw ingericht voor de katholieke eredienst maar werd na het vertrek van de Fransen weer teruggegeven aan de protestanten.

Kort na 1700 werd de vesting Zutphen uitgebreid naar ontwerp van Menno van Coehoorn en aan het eind van de 18e eeuw uitgebreid met de linies van Wambuis en Hoorn. Er kwam een nieuwe gordel van lunetten en hoornwerken die het vijandelijk geschut nog verder van de stad moest houden. Zutphen was honderden jaren lang ingeklemd in haar vestingwerken. De bevolking groeide gestaag van 7500 inwoners in 1795 naar meer dan 15.000 in 1860 op slechts 40 hectare grond binnen de muren. De ruimtegroei begon pas weer toen in 1874 de vesting Zutphen werd opgeheven, en de muren om de stad verwijderd konden worden. Enkele delen van de vestingwerken zijn nog zichtbaar, zoals het Bourgonjebolwerk aan de IJsselkade, ook bekend als 'de Bult van Ketjen'.

Tegenwoordig zijn in het centrum van Zutphen nog vele sporen te vinden van deze tijd, zoals van de ommuring: de Drogenapstoren uit 1444, de Bourgonjetoren uit 1457, de Kruittoren van begin 14e eeuw, de Spaanse Poort (een barbacane-voorpoort van de oude Nieuwstadspoort uit 1537) en diverse waltorens aan de Bornhovestraat en Armenhage (13e eeuw). Daarnaast zijn er ook nog grote stukken stadsmuur te vinden, waaronder een stuk bij de Drogenapstoren, en een stuk bij de Berkelpoort uit het begin van de 14e eeuw met resten van twee waltorens. De middeleeuwse binnenstad van Zutphen herbergt achter de veelal jongere gevels een grote hoeveelheid bakstenen huizen uit de late Middeleeuwen. Vele tientallen dateren zelfs tot en met de kapconstructie van voor 1400. Er zijn drie middeleeuwse kerken (zie verder) en resten van diverse kloosters en hospitalen.

In 1927 werd het Wijnhuisfonds opgericht, dat sindsdien meer dan 80 panden heeft opgekocht en gerestaureerd. Gerestaureerde panden worden verhuurd; de opbrengst wordt weer gebruikt om andere gebouwen te restaureren.

Deel op:

Nieuwsbrief

Word Nieuwsbrief-abonnee en blijf op de hoogte van het laatste toeristische nieuws uit de Achterhoek!

E-mailadres: *

* = Verplicht

Geocaching
Gelderse Streken
Kampernel
© Achterhoek 2014